Hip, populair en 2,5 miljard dollar waard. Wat is het geheim van VICE?

Wat twintig jaar geleden begon als een werkloosheidsproject, is inmiddels uitgegroeid tot één van de meest succesvolle mediabedrijven ter wereld: VICE. Volgens de meest recente waardering is het zelfs 2,5 miljard dollar waard. Andere organisaties kijken vaak jaloers toe hoe dit bedrijf er keer op keer in slaagt om jongeren wel te interesseren voor actualiteiten. Wat is het geheim en lukt het ook in Nederland?

Hoe apart ook: VICE begon ooit (in 1994) als een gratis tijdschrift, bedacht in Canada en gemaakt door drie werkloze jongens – Gavin McInnes, Suroosh Alvi en Shane Smith – die vooral schreven over wat hen interesseerde: muziek en drugs. Met voorpagina-teksten als ‘Pregnant Lesbians’ of ’80s Coke Sluts’ en ‘The VICE Guide to Eating Pussy’, was de inhoud voor wie geen onderdeel uitmaakte van de jongerencultuur vaak aanstootgevend of volstrekt onbegrijpelijk.

Twee jaar later werd de publicatie door de uitgever verkocht en de naam gewijzigd in VICE. Enkele jaren later ging het snel. In 1999 verhuisde de publicatie naar New York en kwam deze steeds meer in de belangstelling te staan. Tot ongeveer anderhalf jaar geleden er opeens flink in werd geïnvesteerd – waardoor ze nu miljoenen hebben om uit te geven.

Serieuze humor

‘Jouw bron van verlichting in donkere dagen’. Met die ietwat pretentieuze slogan opent de Nederlandse editie van VICE. Want, inmiddels heeft het Canadees-Amerikaanse mediabedrijf ook Nederland bereikt. Wie even snel rondneust op de website ziet al snel dat de publicatie alle kanten opgaat. Opent de site met drugs, zie je vervolgens tips over seks en sluit je af met een verhaal over de Islamitische Staat (IS). Ja, dat kan.

Het lijkt een rare mix, maar ze hebben inmiddels bewezen niet alleen over ‘lollige’ dingen te kunnen schrijven. Ook kregen ze onlangs veel aandacht voor hun indrukwekkende documentaire-serie over de IS.

Rutger Castricum reist niet even naar Syrië

Op het eerste oog lijkt de Nederlandse tak van dit bedrijf misschien wel wat op website GeenStijl en haar omroep PowNed. Beide proberen op een beetje luchtige en brutale manier actualiteiten aan jongeren voor te schotelen. Beide bedrijven slagen hierin maar toch zijn er ook verschillen waar te nemen.

Ik zie Rutger Castricum echt niet afreizen naar Syrie en Irak om zo’n documentaire te maken, zoals VICE dat van de zomer deed. Waar PowNed en GeenStijl vooral willen provoceren, lijkt dit mediabedrijf ook echt wat te willen bijdragen aan de journalistiek. Hier ligt waarschijnlijk ook de rede waarom VICE zo’n succes is. Ze hebben lef, VICE is origineel en brutaal. Dit zijn toch de ingrediënten om jongeren te trekken. Jongeren willen best nieuws volgen maar dan wel op manier die hen aanspreekt.

Vorig jaar sprak The New Yorker met VICE-oprichter Gavin McInness. Hij vertelde tijdens het interview dat de titel serieuzere onderwerpen vooral met humor wil brengen en de onderwerpen met veel humor juist serieus.

“So if you’re going to Palestine, try to find a good burger joint. Don’t talk about Israel and the borders, 1967, Gaza—just find a good burger joint. Conversely, if you’re gonna do a thing on farts or poo, talk to experts in digestion, find out the history of what we know about farts, why they smell. Be super-scientific and get all the data. Which is what we did with ‘The Vice Guide to Shit.”

‘We willen vooral een verrassende invalshoek’

Toch is er vanuit journalistiek oogpunt een belangrijke kanttekening te plaatsen bij de activiteiten van het mediabedrijf. In een interview met Bright Ideas (€, Blendle) vertelt Perre van den Brink (Head of content VICE Benelux) dat objectiviteit voor dit bedrijf niet van belang is. Het belangrijkste criterium voor een verhaal op VICE is dat het een verrassende invalshoek moet hebben, zegt Van den Brink.

En dat is een visie waar ik mijzelf wel in kan vinden. Zowel mijn journalistieke-, als mijn video-hart gaan stukken sneller kloppen bij het zien van diverse documentaires van de club. Neem nou de docu over kledingwerkers in Cambodja, schitterend gemaakt. Maar dat ze het niet erg vinden om subjectief te zijn, dát vind ik wel een dingetje. Dit bedrijf is wel één van de belangrijkste bedrijven als het aankomt op jongeren en actualiteiten. En als de objectiviteit wegvalt, wat is dan nog over van de journalistiek?

Naar mijn mening is neutrale berichtgeving één van de belangrijkste bouwstenen voor de journalistiek. Maar blijkbaar vinden jongeren dit niet zo van belang. Het kan natuurlijk slechts een trend zijn, maar dat vraag ik me af. Als journalist je mening voor je houden, is van wezenlijk belang, ook voor VICE. Ik weet natuurlijk niet of ook andere mediabedrijven de objectiviteit laten vallen en gaan voor een strategie als dat van VICE, maar het is niet te hopen.

Het is veelbelovend, maar word niet (te) subjectief

Het mediabedrijf doet momenteel goede zaken. Veel websites en mediaplatformen kijken jaloers naar hoe dit bedrijf wereldwijd miljoenen jongeren weet te bereiken met nieuws. Ja VICE is plat en soms misschien grensoverschrijdend. Maar dat is wel wat jongeren willen én ze slagen erin om jongeren nieuws voor te schotelen. Wel is het voor elk platform wat journalistiek bedrijft – dus ook VICE – belangrijk om ten alle tijden objectief te blijven.

Nu ook Nederland haar eigen versie heeft van deze website, hoop ik echt dat ook hier meer jongeren betrokken raken. Maar dan hopelijk niet ten koste van de objectiviteit.

Advertisements

Journalisten die niet Twitteren. Kan dat eigenlijk wel?

Journalisten (vooral de jonge) kijken andere journalisten regelmatig raar aan als zij aangeven niet op Twitter te zitten. Toch lijkt de groep die het belang snapt inmiddels in een meerderheid te zijn. Als je dan als prominente journalist weinig Twittert, kun je nog weleens commentaar krijgen.

Afgelopen week maakte BuzzFeed een overzicht van nauwelijks Twitterende kopstukken van The New York Times: de ‘Twitter Graveyard’. Een ietwat pijnlijk overzicht. Want het was juist de NYT die in een intern rapport oordeelde dat er een hoop dingen beter moeten – ook het gebruik van Twitter.

Vervolgens ging blogger Steve Buttry met het overzicht aan de haal en uitte kritiek op Times-hoofdredacteur Dean Baquet. De beste man heeft maar liefst twee tweets de wereld in geholpen. Nu zegt dat weinig over zijn journalistieke kwaliteiten, maar het staat toch ietwat scheef bij een topredacteur van wie wordt verwacht dat hij de NYT verder kan digitaliseren.

Baquet gaf naar aanleiding van alle kritiek de volgende reactie:

 “De reden dat ik zo weinig gebruik maak van Twitter is inderdaad een goede reden tot kritiek, maar de verwijten kan ik niet uitstaan. Eén van de grootste kritieken die naar mijn generatie van redacteuren is gemaakt, is dat wij een vorm van priesterschap hebben gecreëerd. Hierin beslisten wij wie er wel en wie er geen journalist was. Als ik de kritiek tegenwoordig bekijk, vergeven ze mij voor werkelijk niets, het lijkt wel of er weer een nieuw priesterschap wordt gemaakt.”

Is Twitteren noodzakelijk?

Ann Friedman van Columbia Journalism Review stelt, naar aanleiding van het bovenstaande ‘moddergooien’, zichzelf de vraag of het voor journalisten écht noodzakelijk is om op Twitter te zitten. Friedman stelt in haar artikel dat op Twitter zitten vooral handig is als je schrijft over onderwerpen zoals televisie, media, de digitale cultuur, muziek, of als je snel wilt communiceren met je lezers.

Wat Friedman volgens mij vergeet is het onderwerp algemene nieuwsgaring. Of je nu iets wilt weten over de Islamitische Staat, de huidige Amerikaanse economie of waar die brandweerauto die net langsreed naartoe op weg is, Twitter heeft er informatie over. Als je begrijpt hoe het medium in elkaar zit en weet hoe je moet zoeken is het denk ik één van de snelste vormen van nieuwsvergaring dat er bestaat.

Om deze verspreiding ook zo snel mogelijk te houden, is het van essentieel belang dat je weet wie je volgt. Tuurlijk, het is wellicht leuk om de nieuwe vriend van je buurmeisje te volgen, maar misschien niet altijd even nieuwswaardig. Volg als journalist op Twitter vooral de mensen die relevant zijn voor jouw vakgebied. Kun je nog een goede journalistieke redactie runnen zonder Twitter te checken? Dat denk ik niet.

Is het dan echt voor iedere journalist van cruciaal belang om te tweeten? Nee, dat ook weer niet. Er zijn zeker goede journalisten die zich prima redden zonder dit platform. Het medium is vooral handig voor als er plotseling iets heel groots gebeurt, zoals een aanslag over tijdens een verkiezingsavond. Voor ‘slow journalism’ is het minder noodzakelijk. Daarnaast is Twitter iets wat – denk ik – hoort bij nieuwe journalistiek en dat (nog) niet iedereen daarin meegaat hoeft geen probleem te zijn.

De gekleurde financiële wereld (KoW)

Toen ik afgelopen week al het nieuws omtrent ABN AMRO zag kwam ik er gelijk achter hoe ver de bankenwereld soms staat van onze huidige realiteit. Zoals Jaap van Duijn, emeritus hoogleraar Economie het noemde in de TROS nieuwshow op radio 1: “het zijn allemaal eilanden.”

Tegenlicht

Toen ik dit hoorde moest ik gelijk denken aan de uitzending van VPRO Tegenlicht met Joris Luyendijk. Luyendijk onderzocht twee jaar lang de Londense bankenwereld voor de Engelse krant The Guardian. Een – naar mijn mening – legendarische conclusie die Luyendijk trekt is dat vrouwen moeten stoppen met bankiers aantrekkelijk vinden. In deze veertig minuten durende documentaire stelt Luyendijk dat een financiële crisis als in 2008 zo weer opnieuw zou kunnen plaatsvinden. De bankenwereld is volgens hem een echt graai wereldje waar alles draait om bonussen. Bankiers nemen (soms onnodig) veel risico’s om geld te verdienen. Als het lukt dan is de winst voor de bank maar als het mislukt dan draait de belastingbetaler weer op om de bank te redden.

Juist dit is naar mijn mening het probleem met onze financiële wereld. Juist een genationaliseerde bank als ABN Amro die de Nederlandse schatkist voor 28 miljard heeft overgenomen gaat nu bonussen uitkeren. Dit is natuurlijk van de zotte en bewijst maar eens dat er weinig lessen zijn getrokken uit de crisis van 2008. Bij beursgang is ABN naar verwachting nog maar 15 miljard euro waard. Het verlies ligt volledig bij de Nederlandse staatskas. Daarom vind ik het handelen van Dijsselbloem ook zeer correct.

Shell

Toen ik afgelopen zaterdag van Duijn hoorde had hij het ook nog even over Shell. Topman Ben van Beurden ontvangt een bonus van ruim 24 miljoen euro. Absurd volgens van Duijn. Niemand doet het 24 keer beter dan verwacht, stelt hij. Een miljoen is al een zeer goed salaris maar 24 miljoen is ook naar mijn mening onnodig veel. Het verschil tussen ABN Amro en Shell is wel dat Shell een volledig commercieel bedrijf is, dit is wel een verzachtende situatie voor het bedrijf.

Toen ik later een fragment hoorde op BNR kreeg ik juist een volledig ander verhaal. Hier was een gast van een grote financiële instelling te gast die de bonus van zowel ABN als Shell hardmaakte. Ik vond dit een sterk voorbeeld van hoe gekleurd iedere kant van een verhaal weer is.

Terugdraaien

De zeven topmannen van ABN Amro moeten van Dijsselbloem de bonus ongedaan maken. Een verstandig besluit. Zolang de financiele denkwijze van ABN Amro nog niet gezond is, is het onverstandig om deze bank weer zelfstandig te laten draaien. Pieter Omzingt (CDA) heeft op zijn persoonlijke CDA blog al op 22 maart een aantal kamervragen opgesteld. Deze blog is zeker het lezen waard. Ik ben zeer benieuwd naar de antwoorden van de minister.

Elsevier

Opiniemagazine Elsevier schreef een artikel met de kop: Salarisverhoging bij ABN, vier vragen en antwoorden. Dit soort vraag-antwoord artikelen zijn echt in opkomst binnen de (online) journalistiek merk ik. Naar mijn mening zijn dit echt nuttige toevoegingen die achtergronden voor lezers goed te behappen maken.

The Vox Conversation (KoW)

Al lange tijd ben ik zeer geïnteresseerd in Vox.com. Vox is een nieuwe nieuws- en opiniesite opgericht door Ezra Klein. Klein is een succesvolle journalist die vorig jaar The Washington Post achter zich liet om zelfstandig Vox op te richten. Het maken van de website was (relatief) gezien zeer goedkoop. Om het even in context te zetten: als de bedragen die ik heb gehoord in de wandelgangen van de Christelijke Hogeschool Ede zijn de kosten van Vox.com maar de helft van die van Nieuwsvallei.

Vox is één van de websites die president Obama mochten interviewen. Persoonlijk denk ik dat het witte huis bezig is met een (online) promotiecampagne. Naast Vox ging Obama namelijk ook langs bij startups als Buzzfeed en de digitale kanalen van The New York Times.

Kritisch

Het interview is opgesplitst in twee grote delen. Het eerste deel gaat over binnenlands beleid en deel twee gaat over buitenlands beleid. Het mooie aan de interviews is dat ze weer los zijn geknipt in losse thema’s en volledig is uitgeschreven. Het unieke aan video’s van Vox is dat ze visueel schitterend zijn vormgegeven. Alles wat ‘Mr. President’ zegt wordt onderbouwt met grafieken, tabellen, woordwebben en lijnen. Het eindresultaat mag er echt zijn! De grafische man in mij loopt wel warm voor video’s als deze. Beide interviews heb ik volledig bekeken. Maar natuurlijk stel ik wel mijn kanttekeningen bij dit soort gesprekken. Want ik ben ervan overtuigd dat Obama niet zomaar langskomt en zeker zelf de touwtjes in handen heeft bij dit soort video’s. Het lijkt me daarom ook lastig tot onmogelijk om een volledig objectief interview te houden met Obama en om alles te vragen wat je wilt lijkt me niet te doen. Barack Obama is zich namelijk als geen ander bewust van de invloed van media in zijn positie. Het lijkt daarom soms meer op een promotievideo dan op een daadwerkelijk kritisch interview.

Vormgeving

Het gehele verhaal is schitterend geplaats in een longread vorm en is voor iedere journalist (in wording) zeker de moeite waard om te bekijken. Als dit (qua vormgeving) de toekomst van de journalistiek is, klap ik zeer tevreden in mijn handen. Toch ben ik inhoudelijk wel kritisch over het interview. Ook Klein moet ervoor waken dat hij niet een promotiesite maakt voor de Amerikaanse democraten.

Nederland

Wat mij ook een beetje tegenviel was de Nederlandse aandacht voor (één van) de interviews met Obama. Enkel NRC gaf er aandacht aan. In het artikel, geschreven door Pim van den Dool komt ook geen enkele vorm van inhoudelijke kritiek naar voren, iets wat mij zeer tegenviel. Helemaal vanwege de grote potentie van Vox en nieuwe journalistieke startups.

Toch raad ik iedereen aan om even af te struinen naar de website van Vox en in ieder geval één thema te bekijken van deze verassende en vernieuwende site.

Waarom zo? Islamitische Staat en de media (KoW)

Tijdens één van mijn Keek op de Week presentaties heb ik het gehad over Islamitische Staat. Islamitische Staat had op dat moment grote archeologische kunstschatten vernietigd in de Iraakse stad Niveveh. Toen ik het voor het eerst hoorde, vond ik het natuurlijk doodzonde. Maar ik kon mij er niet heel druk over maken. Deze terreurorganisatie verbrand mensen levend en onthoofd westerlingen alsof het niets is. “Zo lang ze geen onschuldige mensen vermoorden mogen ze van mij alle kunst vernietigen die er is”, was mijn eerste gedacht .

Maar toen ik ’s avonds voor mijn dagelijkse portie diepgang afstruinde naar NPO 2 voor Nieuwsuur werd ik onplezierig verrast. Al langere tijd frustreert het mij hoe de media omgaan met de hele situatie in het Midden-Oosten. Islamitische Staat krijgt enorm veel media-aandacht wat uiteindelijk alleen meer jihadgangers en radicalisering teweeg brengt. Dat er artikelen en items over gemaakt moeten worden is natuurlijk logisch. Nieuwsuur had die avond het grootste deel van haar zendtijd gebruikt om samen met Wim Weiland (directeur Rijksmuseum voor de oudheid Leiden) en Diederik Meijer (archeoloog) uitgenodigd om het over de ‘zo verschrikkelijke’ situatie te hebben. Ik kan mij in Nieuwsuur verplaatsen en begrijp dat ze er aandacht aan willen besteden, maar ongeveer 70 procent van de zendtijd lijkt mij vrij zinloos. Er gebeurt meer in de wereld, neem ik aan!

De volgende ochtend las ik tot overmaat van ramp Ger Groot’s artikel in dagblad Trouw Het artikel begon was gekopt: ‘Waarom IS ons zo hard treft door kunst te vernietigen.’ Hierin beschrijft Groot hoe erg het is dat rijke kunst als in Niveveh zomaar wordt vernietigd. Ik ben van mening dat het onverstandig is om op deze manier aandacht te geven aan de terreurorganisatie. Het is naar mijn mening juist dit soort aandacht waar IS op uit is. Anderzijds moet de internationale coalitie tegen IS wel antwoorden op dit soort vernietigingen. Ze moet haar uiterste best doen om te voorkomen dat er nog meer (waardevolle) kunst zinloos vernietigd wordt. Daarnaast bestaat er kans dat Islamitische Staat de kunst gaat verkopen, wat deze organisatie vele miljoenen euro’s zou opleveren. Ook dat is iets wat we niet willen, denk ik.

De vraag over hoe we moeten berichtgeven over IS is naar mijn mening een knelpunt voor de journalistiek. Iets waar goed over nagedacht moeten worden. Alhoewel de journalistiek en media objectief moeten berichtgeven, hebben zij wel zeker invloed op de groei van radicalisering en terreur. Iets wat niemand op zijn geweten wil hebben.

Boekanalyse: Het zijn net mensen (Door: Joris Luyendijk)

In een eerdere blog, namelijk die van Islamitische Staat en kunst had ik het al over Joris Luyendijk. Luyendijk heeft een aantal jaar geleden het boek ‘Het zijn net mensen’ geschreven. Op school hoorde ik diverse medestudenten al over de kwaliteit en insteek van dit boek dat ik heb besloten om dit als mijn journalistieke vakboek te analyseren. 

In het boek beschrijft Joris Luyendijk zijn vijf jaar correspondentschap in het Midden-Oosten. Hij heeft dit boek geschreven om de naar zijn mening verkeerde berichtgeving van onder andere CNN en Al-jazzera aan de kaak te stellen en te ontkrachten.

Luyendijk probeert te laten zien dat de bewoners in het Midden Oosten ‘net mensen’ zijn. Toch slaat het mij niet echt aan. Ik krijg eerder het idee dat het een middeleeuwse, barbaarse samenleving is vol met dictaturen.

Als ik Joris Luyendijk zou mogen spreken, zou ik vragen of zijn opvattingen rondom Israël en Palestina wel objectief is. Want nog voor het boek uitkwam was er al kritiek op zijn artikelen. Luyendijk laat in zijn boek weten dat hij moeite had met het schrijven van de artikelen, doordat er in Egypte sprake is van een streng censuur en daardoor met veel moeite artikelen kan schrijven die de waarheid aan het licht brengen. Verder is hij bang voor negatieve reacties.

Toch heeft hij boek mij wel aan het denken gezet. Ik heb geleerd dat je kritisch moet kijken naar de berichtgeving van de media en dat je je moet beseffen dat media soms maar halve waarheden vertellen. Ik keek altijd zeer op naar CNN en met hoeveel respect zij nieuws brengen (denk aan 11 september), maar in dit boek wordt beschreven hoe ze dingen in scene zetten in Irak. Dit stelde mij teleur, want ik had dit niet verwacht bij zo’n medium als CNN.

Boekanalyse: Als een nacht met duizend sterren (Door: Joeri Boom)

Joeri Boom is misschien wel een van de meest succesvolle buitenlandjournalisten die Nederland rijk is. Hij heeft artikelen en reportages gemaakt voor onder andere het Algemeen Dagblad, Reformatorisch Dagblad, De Nieuwe Revu, de Standaard, NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, Knack, De Morgen RTL Nieuws, RTL Z, BNR en Radio 1. In opdracht van de Christelijke Hogeschool Ede maakte ik de volgende boekanalyse over zijn boek: Als een nacht met duizend sterren.

Het boek als een nacht met duizend sterren: oorlogsjournalistiek in Uruzgan gaat over wat Joeri Boom allemaal meemaakt tijdens zijn werk in de Afghaanse provincie Uruzgan. Op dat moment heeft Nederland daar militairen om te regio te stabiliseren. Op nauwkeurige wijze beschrijft Boom hoe de aanslagen in New York langzaam maar zeker overgaan in deze gewelddadige oorlog in Afghanistan.

Naarmate je vordert in het boek kom je erachter hoe lastig het is voor Boom en andere oorlogsjournalisten om op correcte manier verslag te doen van de strijd. Ze worden op alle mogelijke manieren tegengewerkt en Boom vertelt dat het voor hem soms onmogelijk is om in de buurt van de Nederlandse militairen, ‘onze jongens’ te komen.

Embedded journalistiek

Toch zijn er volgens Boom journalisten die wel ‘op het strijdveld’ kunnen komen. Dit worden embedded journalisten genoemd. Zij gaan echt mee met de soldaten en zouden daarom in staat moeten zijn om goed hun artikelen en reportages te produceren. Maar Boom zegt dat de embedded journalistiek iets mooier lijkt dan het daadwerkelijk is. Je wordt enkel meegenomen naar locaties waarvan overheden en regeringen willen dat je het te zien krijgt. Daarom kun je dus enkel verslag uit brengen van de locaties waar je mee naar toe wordt genomen. Daarnaast moet je voor publicatie van de artikelen goedkeuring krijgen van het ministerie van defensie. Het is duur meer een vorm van censuur dan van vrije journalistiek.

Bosnië

Het ergste voorbeeld naar mijn mening dat Boom naar voren laat komen in zijn boek is de situatie in Bosnië in de jaren ’90. Boom vertelt hierin dat er op moment een enorme genocide plaatsvond in het land. Misschien wel de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar de Bosnische regering had hier volledig lak aan en meldde dat het gebied gewoon veilig en onder controle was. Dit is volgens Joeri Boom een vorm van censuur die de hele (journalistieke) wereld schade toebrengt. Boom legt ook het bruggetje met de Nederlandse persvrijheid. Hier hecht de politiek grote waarde aan persvrijheid en onderwerpen als democratie en openheid. In het boek beschrijft hij hoe erg hij wordt belemmerd door het ministerie van Defensie. Hij kan zijn taken als journalist niet correct en gewenst uitvoeren.

Onmacht

Het sterke aan het boek vind ik dat het niet gewoon een boek is over de strijd in Uruzgan. Waar het echt over gaat is de journalistieke strijd en frustratie die Joeri Boom er voert om op degelijk niveau journalistiek te bedrijven. Boom schrijft het gehele boek vanuit zichzelf, de ik-vorm. Maar het is geen handleiding dat beschrijft ‘hoe het dan wel moet’. Dit werkt goed want hierdoor voel je Boom’s onmacht.

De vraag die in mij opborrelde bij het lezen van het boek gaat over de regelgeving van Defensie in Afghanistan. Ik vind dat Boom onvoldoende begrip heeft voor het ministerie van Defensie. Het is natuurlijk te begrijpen dat er missies in het geheim worden gevoerd en dat het onmogelijk is op ‘publiek’ mee te nemen. Defensie heeft ook een beschermende rol naar zowel eigen troepen als journalisten. Heeft Joeri Boom hier wel begrip voor? Snapt hij dat?

Dit is echt een boek voor iedereen die zich interesseert in oorlogsjournalstiek. Het heeft mijn ogen echt geopend en mij laten nadenken over wat oorlogsjournalist nu echt inhoud. Boom vertelt krachtig hoe lastig de belemmeringen rond persvrijheid kunnen zijn.